Aanvraag bijzondere bijstand voor extra werkzaamheden: tijdig ingediend?

Bewind

Op 7 maart 2017 heeft de Centrale Raad van Beroep – onze hoogste bestuursrechter – uitspraak gedaan in een geschil tussen een bewindvoerder en een gemeente over een aanvraag voor bijzondere bijstand. In deze blog zullen wij deze uitspraak bespreken. Mocht u vragen of opmerkingen hebben, dan vernemen wij dat graag.

Feiten

De bewindvoerder in deze kwestie heeft op 24 oktober 2013 bij de kantonrechter een machtiging aangevraagd voor het in rekening brengen van extra werkzaamheden. Deze machtiging is op 14 november 2013 verleend. Aangezien de onder bewind gestelde onvermogend is, heeft de bewindvoerder vervolgens op 5 december 2013 bijzondere bijstand aangevraagd voor deze extra werkzaamheden.

De aanvraag is door de gemeente afgewezen. De reden hiervoor is dat de aanvraag ziet op kosten die zijn gemaakt vóór de dag waarop de aanvraag is ingediend en er niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die afwijking van deze regel rechtvaardigen. De bewindvoerder heeft uiteindelijk tot en met de Centrale Raad van Beroep doorgeprocedeerd tegen dit besluit. De Raad oordeelde als volgt.

Aanvraag bijzondere bijstand voor extra werkzaamheden: tijdig ingediend?

Beoordeling

Volgens vaste rechtspraak bestaat er in beginsel geen recht op bijstand voor kosten die zijn opgekomen vóór de datum waarop de aanvraag om bijstand is ingediend. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken indien bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.

In het verlengde hiervan hanteert de Centrale Raad van Beroep het uitgangspunt dat een aanvraag van bijzondere bijstand voor (eenmalige) extra kosten van bewindvoering in beginsel alleen wordt toegekend indien de aanvraag uiterlijk is ingediend op de dag waarop de kantonrechter de machtiging heeft verleend. De Raad voegt hier bovendien aan toe dat het in gevallen als onderhavige ‘in de rede ligt’ dat de aanvraag tegelijkertijd met of kort na het verzoek om machtiging van de kantonrechter wordt ingediend.

Dit betekent dat de bewindvoerder de aanvraag van bijzondere bijstand voor de extra werkzaamheden bij voorkeur op 24 oktober 2013 doch uiterlijk op 14 november 2013 had moeten indienen. Nu de bewindvoerder dit niet heeft gedaan en van bijzondere omstandigheden niet is gebleken, is het hoger beroep niet geslaagd.

Praktische betekenis

Uit deze uitspraak blijkt dat het van groot belang is dat bewindvoerders een aanvraag van bijzondere bijstand tijdig indienen. Indien bijzondere bijstand wordt aangevraagd voor extra werkzaamheden, dan dient de aanvraag uiterlijk te zijn ingediend op de dag waarop de kantonrechter de machtiging heeft verleend. De voorkeur verdient echter – en dit raden wij dan ook alle bewindvoerders aan – om de aanvraag tegelijkertijd met het verzoek tot machtiging in te dienen. Deze ‘vroegtijdige’ aanvraag kan – indien nodig – op een later tijdstip worden aangevuld met de benodigde stukken óf worden ingetrokken.

Let wel: het is gemeenten toegestaan een gunstiger (buitenwettelijk) beleid te voeren ten opzichte van de wettelijke regeling, bijvoorbeeld door een termijn van twee weken na het opkomen van de kosten te hanteren waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd.

Juridisch advies / vragen

Heeft u nog vragen over het bovenstaande? Neem dan eens contact met een van onze juristen op. Wij zijn u graag van dienst.


Legal8 Advocaten & Bedrijfsjuristen

Info@legal8.nl

www.legal8.nl

14-09-2017