Onrechtmatige daad en escape room

Juridisch advies Legal8

Zoals wij al eerder hebben geblogd, is de onrechtmatige daad in ons wetboek – meer specifiek in artikel 6:162 BW – vastgelegd. Dit artikel (lid 1) luidt als volgt:

Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.

De onrechtmatige daad is een veel besproken juridisch onderwerp. Onlangs speelde een interessante zaak die gebaseerd was op de onrechtmatige daad (althans de vordering). Het ging om een groep collega’s die voor een personeelsuitje het spel “escape room” hadden geboekt. Dit populaire spel zal bij de meesten wel bekend zijn. In het kort worden de deelnemers in een ruimte opgesloten en dienen zij zo snel mogelijk te ontsnappen door allerlei opdrachten uit te voeren. Erg leuk en spannend natuurlijk. Helaas komt één van de deelnemers ongelukkig ten val en houdt daar een vrij lelijke beenbreuk aan over. De deelnemer in kwestie was tijdens een van de opdrachten van een trap afgelopen, maar kwam hierbij ten val. Dit had er onder andere mee te maken dat er mist in het spel was (en de trap dus niet goed zichtbaar was) en de armleuning halverwege de trap stopte. De deelnemer dacht dat hij al beneden was…

Onrechtmatige daad en escape room: standpunten van partijen

Deze deelnemer vordert in rechte vervolgens schadevergoeding op grond van de onrechtmatige daad. Naar zijn mening hebben de exploitanten van deze escape room onvoldoende gewaarschuwd voor een dergelijke gevaarlijke situatie. Ook stelt hij dat de exploitanten met een paar simpele maatregelen het gevaar hadden kunnen voorkomen en doordat zij dat niet hebben gedaan, zijn zij naar de mening van deze deelnemer aansprakelijk voor de schade.

Wilt u de verschillende criteria van de onrechtmatige daad overigens nog eens nalezen? Dan kunt u op de volgende link klikken: http://legal8-kennisbank.nl/onrechtmatige-daad-vereisten/

De exploitanten van de escape room verweren zich door te stellen dat het een ongelukkige samenloop van omstandigheden was. Erg vervelend voor deze deelnemers, maar naar hun mening hebben zij niets verkeerd gedaan. Zij hebben de deelnemers voorafgaand aan het spel een mondelinge instructie gegeven en er staan ook enkele borden met veiligheidsregels.

Hoe oordeelt de rechter over deze vordering?

Oordeel rechter: Kelderluik-criteria

Kort gezegd verwijst de rechter eerst naar het beroemde Kelderluik arrest uit 1965. Ook al “stamt” dit arrest uit de jaren 60, de overwegingen zijn nog steeds erg belangrijk. De rechtbank overweegt het volgende:

De rechtbank stelt bij de beoordeling van de vorderingen van eiser het navolgende voorop. Zoals beide partijen terecht bepleiten dient bij die beoordeling de normen betrokken te worden zoals die zijn ontwikkeld sedert het zogeheten Kelderluik arrest (vindplaats: HR 5 november 1965, NJ 1966/136). Deze normen houden, kort gezegd, in dat in zijn algemeenheid een ieder gehouden is om oplettend en voorzichtig te zijn ten einde ongelukken te voorkomen. Echter, sommige gevaarzettende situaties vergen het treffen van bepaalde veiligheidsmaatregelen ter voorkoming van het verwezenlijken van gevaar. Het achterwege laten van dergelijke maatregelen in zo’n situatie kan in strijd zijn met maatschappelijke zorgvuldigheid en dus onrechtmatig. Of in een concreet geval sprake is van strijd met maatschappelijke zorgvuldigheid hangt af van de omstandigheden van het geval. Te denken daarbij is aan het volgende: a. hoe waarschijnlijk is het dat iemand de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid niet in acht neemt, b. hoe groot is de kans dat uit deze niet-inachtneming een ongeval ontstaat, en c. wat is dan naar verwachting de ernst van de gevolgen van een dergelijk ongeval en, ten slotte, d. hoe bezwaarlijk is het om gepaste veiligheidsmaatregelen te treffen.

Simpel gezegd is de hamvraag dus of de exploitanten voldoende gedaan hebben om de schade te voorkomen. De rechtbank oordeelt dat de exploitanten niet voldoende hebben gedaan en dat zij dus aansprakelijk zijn voor de schade op grond van een onrechtmatige daad. De rechter vindt dat het een feit van algemene bekendheid is dat een trap gevaarlijk kan zijn. Met name gezien het feit dat er ook mist in het spel was (en de trap dus slecht zichtbaar was) en de trapleuning niet tot de grond doorliep, maakt dat de exploitanten meer hadden moeten doen dan het geven van een algemene waarschuwing en het ophangen van een paar instructieborden. Dit hebben zij dus niet gedaan en dus zijn ze naar het oordeel van de rechtbank aansprakelijk voor de schade.

Conclusie

Een paar algemene mondelinge waarschuwingen en een aantal borden met veiligheidsinstructies waren niet voldoende in deze kwestie. De exploitanten hadden de deelnemers nadrukkelijk moeten waarschuwen voor de (mogelijk) gevaarlijke trap. Zij hadden volgens de rechter dus op het relevante gevaar toegespitste waarschuwingen moeten geven.

Dit vonnis is na te lezen via de volgende link: rechtspraak.

Juridisch advies

Heeft u vragen over het bovenstaande of wenst u juridisch geadviseerd te worden? Neem eens vrijblijvend contact met een van onze bedrijfsjuristen of advocaten op.

Legal8 Advocaten & Bedrijfsjuristen

088 – 88 3 8888

info@legal8.nl

09-02-2017