Profiteren van andermans wanprestatie: is dit ook onrechtmatig bij het overtreden van een concurrentie- en/of relatiebeding?

Juridisch advies

Indien een contractspartij zijn contractuele verplichtingen niet conform afspraak nakomt, waardoor de andere contractspartij schade lijdt, dan is de tekortschietende partij in principe gehouden de schade van de wederpartij te vergoeden. Deze contractuele schadevergoedingsplicht wordt ook wel wanprestatie of contractbreuk genoemd. Maar wat als een derde partij, die dus geen contractspartij is, profiteert en aldus beter wordt van de wanprestatie van één van de contractspartijen? Is enkel de tekortschietende contractspartij dan schadeplichtig ten opzichte van de wederpartij of kan de benadeelde contractspartij óók de derde, niet-contractuele, partij met succes aanspreken en een schadevergoeding verlangen?

Profiteren van andermans wanprestatie: is dit ook onrechtmatig bij het overtreden van een concurrentie- en/of relatiebeding?

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch diende zich onlangs over een dergelijke vraag te buigen. In deze procedure stond de vraag centraal of een concurrerende onderneming onrechtmatig heeft gehandeld ten opzichte van een werkgever, doordat één van de werknemers van de werkgever – in strijd met het voor hem geldende concurrentie- en relatiebeding – bedrijfsgevoelige informatie doorspeelde naar de concurrent.

Feiten

Naast zijn werkzaamheden voor de werkgever, heeft de werknemer met een derde een V.O.F. opgericht. De V.O.F. was, net zoals de werkgever, actief in de handel in en verwerking van hout. Na een periode van vijf jaar heeft de werknemer zich “op papier”, te weten het handelsregister van de Kamer van Koophandel, uitgeschreven als vennoot, waardoor de V.O.F. door de andere vennoot is voortgezet als een eenmanszaak. Desondanks bleek – uit onderzoek van de werkgever – dat de werknemer bedrijfsgevoelige informatie doorgaf aan de concurrerende eenmanszaak.

De werkgever heeft – naast een succesvolle procedure ten opzichte van de werknemer in het kader van het overtreden van het concurrentie- en relatiebeding – de concurrent aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade, veroorzaakt doordat de concurrent heeft geprofiteerd van de wanprestatie van de werknemer.

Beoordeling

Het hof concludeerde dat het voor de concurrent duidelijk had moeten zijn dat het de werknemer niet was toegestaan om bedrijfsgevoelige informatie, zoals aanvragen van en offertes aan (potentiële) klanten, door te spelen, zodat zij kon proberen de (potentiële) klanten van de werkgever weg te lokken door het verstrekken van eigen offertes met lagere prijzen.

Echter, volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad – het hoogste rechtscollege in Nederland – is het handelen met iemand (de werknemer), terwijl men (de concurrent) weet dat deze door het handelen een door hem met een derde (de werkgever) gesloten overeenkomst schendt, op zichzelf ten opzichte van die derde niet onrechtmatig. Van onrechtmatig handelen is alleen sprake indien er sprake is van voldoende zwaarwegende bijkomende omstandigheden.

Van dergelijke bijkomende omstandigheden was volgens het hof in dit geval sprake, aangezien de werknemer en concurrent welbewust hebben samengespannen en de concurrent daadwerkelijk ten behoeve van zichzelf gebruik heeft gemaakt van de door de werknemer verstrekte bedrijfsgevoelige informatie.

Conclusie

Uit deze uitspraak valt te concluderen dat het enkel op de hoogte zijn van andermans wanprestatie niet voldoende is om door de benadeelde partij met succes te worden aangesproken op grond van een onrechtmatige daad. Van onrechtmatig handelen zal pas sprake zijn indien er sprake is van voldoende zwaarwegende bijkomende omstandigheden, zoals – in dit geval – het daadwerkelijk gebruik maken van de bedrijfsgevoelige informatie. Deze bewijslast ligt bij de benadeelde partij, hetgeen niet (altijd) eenvoudig valt aan te tonen.

Wij krijgen met enige regelmaat de vraag van ondernemers of zij een risico lopen indien zij een werknemer van een concurrent in dienst nemen, terwijl de desbetreffende werknemer is gehouden aan een concurrentie- en/of relatiebeding. In het licht van de huidige rechtspraak dient deze vraag ontkennend te worden beantwoord, maar dit kan anders zijn indien er sprake is van bijkomende omstandigheden, bijvoorbeeld – zoals in onderhavig geschil het geval was – er gebruik zal worden gemaakt van bedrijfsgevoelige informatie van de concurrent.

Het antwoord op vorenstaande vraag blijft derhalve te allen tijde afhankelijk van de concrete feiten en omstandigheden van het geval. Mocht u hierover vragen hebben en/of te maken hebben met een dergelijke situatie, dan adviseren wij u hier graag over.

Het arrest is via het volgende ECLI-nummer te raadplegen: ECLI:NL:GHSHE:2014:673.

Juridisch advies/vragen

Heeft u nog vragen over het bovenstaande? Neem dan eens contact op met een van onze juristen. Wij zijn u graag van dienst.

Legal8 Advocaten & Bedrijfsjuristen

Info@legal8.nl

www.legal8.nl

22-02-2018