Schuldhulpverlening geen taak van beschermingsbewindvoerder

Juridisch advies
In deze blog behandelen we een uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden uit 2012. In deze uitspraak wordt een bewindvoerder aansprakelijk gesteld voor de schade die een onderbewindgestelde (hierna: betrokkene) claimt te hebben geleden doordat de bewindvoerder geen schuldsaneringsregeling heeft aangevraagd. Wat is er precies aan de hand?

De casus
De onderbewindstelling van betrokkene is aangevangen bij beschikking van 28 juli 2008 en opgeheven bij beschikking van 5 februari 2010. Enkele maanden na de opheffing van het bewind heeft de bewindvoerder de rekening en verantwoording ingediend bij de rechtbank over de zojuist genoemde periode. De betrokkene heeft daaropvolgend een verzoekschrift bij de rechtbank ingediend waarin hij de rechtbank onder andere verzocht de goedkeuring van de rekening en verantwoording te weigeren en de bewindvoerder aansprakelijk te stellen voor de schade die is voortgevloeid uit de onbehoorlijke taakvervulling van de bewindvoerder. De betrokkene stelt dat de bewindvoerder is tekortgeschoten in haar taak als goed bewindvoerder, omdat, voor zover hier van belang, de bewindvoerder zorg had moeten dragen voor de schuldsanering, wat uiteindelijk niet gebeurd is.

Schuldhulpverlening
De vraag waar het hof zich over diende te buigen is of de betrokkene ervan uit kon gaan dat aan het takenpakket van de bewindvoerder, die op grond van Boek 1 BW als bewindvoerder is aangesteld, ook het schuldentraject kan worden toegevoegd. Het hof ziet geen aanleiding om deze vraag bevestigend te beantwoorden. Bij de aanvang van het bewind heeft betrokkene de Spelregels Onder Bewindstelling Meerderjarigen getekend. Op basis van deze spelregels blijkt volgens het hof duidelijk dat het om beschermingsbewind gaat en dat schuldhulpverlening niet onder de kerntaken van de bewindvoerder wordt genoemd, afgezien van het treffen van een enkele betalings- of schuldregeling. Het hof overweegt verder:

“Het saneren van een problematische schuldenlast, waarvan in de onderhavige zaak sprake is, behoort niet tot de gewone werkzaamheden van een beschermingsbewindvoerder. Dit behoort tot de taken van de WSNP-bewindvoerder, die door de rechtbank wordt benoemd nadat het verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling (eventueel na het vergeefs beproeven van een minnelijk traject) is toegewezen.”

Betrokkene had op het moment dat het beschermingsbewind aanving ook (nog) geen minnelijk traject doorlopen, zodat zij op basis daarvan ook had moeten begrijpen dat de bewindvoerder niet als WSNP-bewindvoerder optrad. Overigens had de bewindvoerder in kwestie de betrokkene wel aangemeld voor het minnelijk traject van de WSNP en de daartoe benodigde stukken aangeleverd bij de gemeente. Dit traject is echter beëindigd door de Gemeentelijke Kredietbank, omdat betrokkene bepaalde schulden heeft betwist.

Schuldhulpverlening geen taak van de bewindvoerder

Op basis van het bovenstaande komt het hof tot de conclusie dat de bewindvoerder niet verweten kan worden dat zij geen schuldsaneringsregeling heeft aangevraagd. Evenmin kan de bewindvoerder verweten worden dat de schuldenpositie van betrokkene niet is verbeterd en ook nieuwe schulden zijn ontstaan (ten gevolge van het laat op gang komen van het minnelijke traject). Beide taken kunnen immers niet tot het takenpakket van de bewindvoerder worden gerekend die in het kader van Boek 1 BW als beschermingsbewindvoerder is benoemd, aldus het Hof Leeuwarden.

Bron: rechtspraak.

Juridische vragen?

Neem eens vrijblijvend contact met ons op. Wij zijn u graag van dienst.

Legal8 Advocaten & Bedrijfsjuristen

088 – 88 3 8888

info@legal8.nl

www.legal8.nl

07-11-2017