Stuiting van verjaring: afhankelijk van context en omstandigheden (uitspraak Hoge Raad)

Stuiting

Verjaring van een vordering houdt in dat een vordering na verloop van een bepaalde termijn niet meer in rechte afdwingbaar is. Bovengenoemde verjaring kan echter in de meeste gevallen worden voorkomen (of worden uitgesteld), door de verjaring te stuiten. Dit kan geschieden door een schriftelijke aanmaning (brief) te versturen aan de wederpartij en op deze manier laten weten dat u nog een vordering heeft. Er worden wel bepaalde eisen gesteld aan een dergelijke stuiting van de verjaring.

Stuiting van verjaring: afhankelijk van context en omstandigheden

De Hoge Raad heeft zeer recentelijk meer duidelijkheid gegeven over deze stuitingshandeling. De Hoge Raad overweegt:

Bij de beoordeling of de mededeling aan de in art. 3:317 lid 1 BW gestelde eisen voldoet, dient niet alleen te worden gelet op de formulering daarvan, maar ook op de context waarin de mededeling wordt gedaan en op de overige omstandigheden van het geval (vgl. HR 18 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI8502, NJ 2009/439). Bij deze beoordeling kan onder omstandigheden mede betekenis toekomen aan de verdere correspondentie tussen partijen.

Hiermee wordt de stuitingshandeling vrij ver opgerekt en is er aldus vrij snel voldaan aan een geldige stuitingshandeling. In een uitspraak die wij vorig jaar besproken hebben bleek dat de schuldeiser zijn recht op nakoming “ondubbelzinnig moet voorbehouden”. De Hoge Raad wijkt hier dus enigszins van af.

Ook omstandigheden van ná de rechtshandeling van belang

De Hoge Raad gaat zelfs nog een stapje verder door te overwegen dat ook omstandigheden nadat de betreffende rechtshandeling is verricht, medebepalend zijn voor de uitleg van een stuitingshandeling.

De geldigheid van een stuitingshandeling is dus afhankelijk van de context en omstandigheden van het geval. Hiernaast zijn ook omstandigheden van na de rechtshandeling van belang.

Vragen?

 

Legal8

088 – 88 3 8888

info@legal8.nl

14-10-2015

www.legal8.nl